"Alle eerste versies zijn shit." – Ernest Hemingway

En hij had gelijk. Jouw eerste versie is geen mislukking – het is een ontdekking. Het is het ruwe materiaal waarmee je gaat werken.

Schrijven is herschrijven. De magie gebeurt niet tijdens het typen van je eerste versie, maar tijdens de revisie.

Waarom Eerste Versies Altijd Ruw Zijn

1. Je ontdekt je verhaal tijdens het schrijven Tegen het einde weet je pas echt wie je personages zijn en waar je verhaal naartoe gaat. Dat betekent dat het begin niet klopt met het einde.

2. Je was bezig met produceren, niet perfectioneren Tijdens het schrijven van de eerste versie is de focus op momentum. Doorgaan. Niet stoppen. Perfectie komt later.

3. Je zat te dicht op het verhaal Je kon het bos niet meer zien door de bomen. Afstand nemen laat je zien wat werkt en wat niet.

Het Verschil Tussen Schrijven en Reviseren

Schrijven = Creatief, intuïtief, vooruit

  • Momentum behouden

  • Ontdekken wat er gebeurt

  • Flow volgen

  • "Ja, en..." mindset

Reviseren = Analytisch, kritisch, diepgaand

  • Structuur evalueren

  • Consistentie checken

  • Schrappen wat niet werkt

  • "Dient dit het verhaal?" mindset

Dit zijn twee verschillende hersenhelften. Probeer ze niet tegelijk te gebruiken.

De Vier Niveaus Van Revisie

Revisie gebeurt niet in één keer. Het is een proces met verschillende lagen, van groot naar klein.

NIVEAU 1: STRUCTUUR (De Grote Plaatje)

Dit is de meest radicale revisie. Hier verander je de fundamenten van je verhaal.

Vragen om te stellen:

  1. Werkt de overall structuur?

    • Is de opbouw logisch?

    • Zit de climax op de juiste plek?

    • Slepen sommige delen?

  2. Heeft elk hoofdstuk een functie?

    • Bewegen plot of personages vooruit?

    • Kan dit hoofdstuk weg zonder dat je het mist?

  3. Is de pacing goed?

    • Te snel? Te langzaam?

    • Zijn er voldoende pauzes?

    • Zijn er lange stukken zonder conflict?

  4. Klopt de tijdlijn?

    • Zijn er plot holes?

    • Is de volgorde van gebeurtenissen logisch?

Wat je doet op dit niveau:

  • Hoofdstukken verplaatsen, samenvoegen of verwijderen

  • Hele verhaallijnen schrappen of toevoegen

  • Begin of einde herschrijven

  • Structuur veranderen (bijvoorbeeld van lineair naar non-lineair)

LET OP: Dit kan pijn doen. Je moet soms duizenden woorden schrappen. Dat is oké. Het verhaal wordt er beter van.

Voorbeeld: Structurele Revisie

Probleem: De eerste drie hoofdstukken zijn saai. De lezer raakt pas geboeid in hoofdstuk 4.

Oplossing:

  • Schrap hoofdstuk 1-2 volledig

  • Begin met hoofdstuk 3

  • Weef essentiële informatie uit hoofdstuk 1-2 door de rest van het boek

Resultaat: Direct spannend begin, geen saaie setup

NIVEAU 2: SCÈNES (De Bouwstenen)

Elk hoofdstuk bestaat uit scènes. Nu zoom je in op individuele scènes.

Vragen om te stellen:

  1. Heeft elke scène conflict?

    • Wat wil het personage?

    • Wat staat er in de weg?

    • Verandert er iets aan het eind van de scène?

  2. Is de scène nodig?

    • Voegt het informatie toe die de lezer moet weten?

    • Verandert het de relaties tussen personages?

    • Heeft het emotionele impact?

  3. Begin je de scène op het juiste moment?

    • Kun je later beginnen?

    • Eindigt de scène op een spannend moment?

  4. Is de POV consistent?

    • Blijf je in het hoofd van één personage?

    • Is de stem consistent?

Wat je doet op dit niveau:

  • Scènes herschrijven vanuit ander perspectief

  • Later beginnen, eerder eindigen

  • Passieve scènes actief maken

  • Samenvattingen uitwerken tot scènes (of vice versa)

Voorbeeld: Scène Revisie

Eerste versie (te langzaam): Sarah werd wakker. Ze stond op, nam een douche, kleedde zich aan, maakte ontbijt. Daarna ging ze naar buiten waar ze Mark tegenkwam.

Herziene versie (begin later): Sarah stapte naar buiten en botste bijna tegen Mark op.

→ Schrap de saaie ochtendroutine. Begin waar het interessant wordt.

NIVEAU 3: PARAGRAFEN EN ZINNEN (De Details)

Nu zoom je in op de zinsniveau. Dit is waar je proza polijst.

Vragen om te stellen:

  1. Is elke zin nodig?

    • Herhaal je informatie?

    • Gebruik je te veel woorden om iets simpels te zeggen?

  2. Is je taalgebruik actief?

    • Vermijd passieve constructies

    • Gebruik sterke werkwoorden

  3. Show, don't tell – waar relevant

    • Te veel telling: "Hij was boos."

    • Showing: "Zijn kaken spanden."

  4. Klopt het ritme?

    • Mix van korte en lange zinnen

    • Variatie in zinsstructuur

Wat je doet op dit niveau:

  • Zwakke werkwoorden vervangen

  • Bijwoorden schrappen

  • Passieve zinnen actief maken

  • Herhalingen elimineren

Voorbeeld: Zin Revisie

Eerste versie: "Hij liep heel langzaam naar de deur en deed deze voorzichtig open. Daarna keek hij behoedzaam naar binnen."

Herziene versie: "Hij sloop naar de deur en gluurde naar binnen."

→ Korter, actiever, geen herhalingen

Show vs. Tell – Nuance

LET OP: "Show, don't tell" is geen absolute regel.

Gebruik TELL wanneer:

  • Informatie niet belangrijk genoeg is om uit te werken

  • Tempo belangrijk is

  • Samenvatting nodig is

Gebruik SHOW wanneer:

  • Emotionele momenten

  • Belangrijke karakteronthullingen

  • Scènes die impact moeten hebben

Voorbeeld:

Tell (prima hier): Ze reden drie uur door de regen.

Show (te traag): De ruitenwissers zwiepten heen en weer. Druppels liepen over het glas. Sarah staarde naar de weg terwijl kilometers voorbij gleden. Een uur verstreek. Toen nog een.

→ Te veel detail voor onbelangrijke informatie.

NIVEAU 4: WOORDEN (De puntjes op de i)

De laatste laag: individuele woorden optimaliseren.

Vragen om te stellen:

  1. Is elk woord het juiste woord?

    • Synoniem beter?

    • Specifieker of juist algemener?

  2. Zijn er clichés?

    • "Zo dood als een pier"

    • "Het was een donkere en stormachtige nacht"

    • Vervang door originele beeldspraak

  3. Klopt de tone?

    • Past het vocabulaire bij het personage?

    • Is de sfeer consistent?

Wat je doet op dit niveau:

  • Woordkeuzes verfijnen

  • Clichés vervangen

  • Alliteratie en klankeffecten toevoegen (waar passend)

  • Laatste typefouten eruit halen

Voorbeeld: Woord Revisie

Cliché: "Zijn hart bonkte in zijn keel."

Origineler: "Zijn hart gedroeg zich als een opgesloten vogel."

Of beter nog, wees concreet: "Hij hoorde zijn hartslag in zijn oren, snel en ongelijk."