De Gouden Regels

Regel 1: Tekst vertelt niet wat het beeld al laat zien

Verkeerd: Tekst: "Het konijn is bruin en heeft lange oren." Beeld: Toont een bruin konijn met lange oren.

→ Waarom zou je de tekst lezen als het beeld alles al laat zien?

Goed: Tekst: "Het konijn verstopt zich." Beeld: Toont bruin konijn achter een boom, met alleen de lange oren zichtbaar.

→ Tekst en beeld vullen elkaar aan.

Regel 2: Het beeld voegt informatie toe die niet in de tekst staat

Voorbeeld: Tekst: "Lisa liep naar school." Beeld: Lisa loopt met neergeslagen ogen, haar rugzak sleept achter haar aan, andere kinderen lachen in de verte.

→ De illustratie vertelt ons dat Lisa zich niet gelukkig voelt, zonder dat de tekst het hoeft te zeggen.

Regel 3: Minder is meer

Een prentenboek is meestal 200-600 woorden totaal. Niet per pagina. Totaal.

Dat betekent: elk woord telt.

De Structuur

Vrijwel alle prentenboeken zijn 32 pagina's.

De Indeling

Pagina 1: Schutblad (vaak eerste hint naar verhaal) Pagina 2-3: Titelpagina of opening Pagina 4-29: Verhaal (13 dubbele pagina's) Pagina 30-31: Einde Pagina 32: Schutblad / copyright info

Denk In Dubbele Pagina's (Spreads)

Een kind ziet nooit één pagina – ze zien altijd twee pagina's tegelijk (links en rechts).

De Kracht Van Pagina-Omslaan

Het omslaan van de pagina is een natuurlijke pauze. Gebruik dit strategisch:

Voor spanning: Pagina links: "Anna deed de deur open en zag..." [Kind slaat om] Pagina rechts: "...een enorme draak!"

Voor tijdsprong: Pagina links: "Ze ging slapen." [Kind slaat om] Pagina rechts: "De volgende ochtend..."

Voor verrassing: Pagina links: "Het pakje was leeg." [Kind slaat om] Pagina rechts: "Of toch niet? Helemaal onderop zat..."

Tekst Schrijven Voor Prentenboeken

Principe 1: Toon, Vertel Niet (Maar Anders)

In prentenboeken toon je niet via tekst, maar via beeld.

Tekst doet al het werk: "Emma was verdrietig. Ze had ruzie gehad met haar vriendin. Tranen liepen over haar wangen."

Beeld toont, tekst suggereert: Tekst: "Emma wilde niet spelen." Beeld: Emma met tranen, zit alleen op de schommel terwijl andere kinderen in de verte spelen.

Principe 2: Ritme en Herhaling

Prentenboeken worden voorgelezen. Ze moeten lekker klinken.

Gebruik:

  • Rijm (als het natuurlijk voelt, niet geforceerd)

  • Herhaling (geeft structuur en voorspelbaarheid)

  • Korte zinnen (ritme, ademhaling)

Principe 3: Lees Het Hardop

Voor je prentenboek klaar is, moet je het minstens 10 keer hardop gelezen hebben.

Check:

  • Struikel je over zinnen?

  • Voel je waar je moet pauzeren?

  • Klinkt het saai of levendig?

  • Werkt het ritme?

Als het niet lekker klinkt, herschrijf.

De Relatie Tussen Schrijver En Illustrator

Wat Je WEL Moet Doen

1. Schrijf een beknopte illustratiebeschrijving apart

Niet in de tekst zelf, maar in een apart document voor de uitgever/illustrator.

2. Geef richting, geen dictatuur

Goed: "De muis voelt zich klein en verloren in het grote bos." ❌ Te directief: "De muis staat precies 3cm van links, kijkt 45 graden naar rechts, de zon staat op de achtergrond onder een hoek van..."

→ Geef sfeer en emotie, geen camerainstructies.

3. Laat ruimte voor creativiteit

Illustratoren voegen dingen toe die jij niet bedacht hebt – dat is hun kracht.

Voorbeeld: Je schrijft over een kind dat naar school loopt. De illustrator voegt een klein vogeltje toe dat het kind volgt door het hele boek.

→ Dit heet een "visual subplot" en kan magisch zijn.

Wat Je NIET Moet Doen

Over-beschrijven in de tekst

Verkeerd: "Emma, een klein meisje met rood haar in twee vlechtjes en sproeten op haar neus, droeg een gele jurk met witte stippen en rode schoenen."

Beter: "Emma rende naar buiten."

→ Laat de illustrator Emma's uiterlijk bepalen.

Illustratie-instructies in de hoofdtekst

Verkeerd: "Muis keek naar de boom (ILLUSTRATIE: toon hier een grote eik met een gat erin waar een uil uitkijkt)."

Beter: Schrijf dit in je aparte illustratie-document, niet in de hoofdtekst.

Thema's Die Werken

Prentenboeken (2-5 jaar) gaan meestal over:

1. Emoties Herkennen

  • Bang zijn (monsters, donker)

  • Boos zijn (niet krijgen wat je wilt)

  • Verdrietig zijn (verlies, afscheid)

  • Blij zijn (vriendschap, spel)

2. Eerste Keren

  • Eerste dag naar school

  • Eerste keer logeren

  • Naar de dokter/tandarts

  • Nieuwe baby in het gezin

3. Relaties

  • Vriendschap (ruzie maken, goedmaken)

  • Familie (broertje/zusje, grootouders)

  • Delen en samenwerken

4. Identiteit

  • Anders zijn is oké

  • Dapper zijn

  • Jezelf zijn

5. Fantasie en Spel

  • Avontuur in verbeelding

  • Dieren die praten

  • Magische werelden

Wat NIET werkt:

❌ Complexe plots met meerdere wendingen ❌ Abstracte concepten (tijd, dood, filosofie) zonder concreet maakbaar ❌ Volwassen humor (ironie, sarcasme) ❌ Te beangstigend zonder oplossing ❌ Preekachtige moraal

Veelgemaakte Fouten

FOUT 1: Te Veel Tekst

❌ "Emma liep door het park. Het park was groot en groen. Er waren veel bomen. Ook waren er bloemen. Rode bloemen en gele bloemen. Emma vond bloemen mooi."

→ 35 woorden om één simpel ding te zeggen.

✓ "Emma liep door het park vol bloemen."

→ 7 woorden. De illustratie toont de rest.

FOUT 2: Tekst En Beeld Zeggen Hetzelfde

Tekst: "De rode vogel vliegt over het water." Beeld: Rode vogel die over water vliegt.

→ Waarom de tekst lezen?

Tekst: "Volg de vogel!" Beeld: Rode vogel vliegt over water, kind wijst, rent achter hem aan.

→ Beeld voegt actie en context toe.

FOUT 3: Te Complex Verhaal

❌ Een verhaal met 3 hoofdpersonages, 2 subplots en een flashback.

→ 4-jarigen kunnen dit niet volgen.

✓ Eén hoofdpersonage, één duidelijk probleem, één oplossing.

FOUT 4: Geen Visuele Mogelijkheden

❌ "Emma dacht na over haar dag."

→ Hoe illustreer je dit?

✓ "Emma zat bij het raam en keek naar buiten."

→ Dit is visueel te maken.

FOUT 5: Saai Einde

❌ "En toen ging Emma naar bed. Het was een leuke dag. Het einde."

→ Geen bevredigend gevoel.

✓ "Emma kroop in bed. De vogel zat op het raam. 'Tot morgen!' fluisterde Emma."

→ Circulair (vogel komt terug), warm gevoel.

Voorbeeldanalyse: "De Gruffalo"

Waarom werkt dit prentenboek zo goed?

1. Herhaling met variatie De muis ontmoet telkens een ander dier en vertelt hetzelfde verhaal (de Gruffalo), maar met kleine verschillen.

2. Rijm dat vloeit "Diep in het donkere bos loop ik rond, daar zag een muis voor zijn neus, de grond."

3. Plot twist De Gruffalo blijkt echt te bestaan – verrassend maar logisch.

4. Visuele humor Het beeld toont de Gruffalo al vroeg op de achtergrond, voordat de muis hem ziet.

5. Bevredigend einde Klein dier verslaat groot monster met slimheid (empowerment voor kinderen).

Praktische Opdrachten

Opdracht 1: Schrap Tot De Essentie

Neem deze tekst en haal deze terug naar maximaal 50 woorden:

"Sophie had een beer. De beer was bruin en zacht. Sophie hield heel veel van de beer. Op een dag ging Sophie naar het park. Ze nam de beer mee. In het park speelde ze op de schommel. Ze speelde ook in de zandbak. Maar toen ze naar huis ging, was de beer weg! Sophie was heel verdrietig. Ze zocht overal. Uiteindelijk vond ze de beer bij de schommel."

Opdracht 2: Maak Een Dummy

Kies een simpel verhaal (muis zoekt huis, kind verliest knuffel, vogel leert vliegen).

  1. Verdeel over 13 spreads

  2. Schrijf de tekst (max 400 woorden)

  3. Schets (hoeft niet mooi) wat elk beeld toont

  4. Lees hardop – werkt het ritme?

Opdracht 3: Tekst-Beeld Balans

Voor elk van deze zinnen, bedenk: wat toont het beeld dat de tekst niet zegt?

  1. "De beer was eenzaam."

  2. "Het was een bijzondere dag."

  3. "Ze hadden een plan."

Opdracht 4: Herhaling Met Ritme

Schrijf een kort verhaal (100 woorden) met een herhalende structuur zoals "De Gruffalo" of "We gaan op berenjacht."

Bijvoorbeeld: een dier dat verschillende plekken probeert om te slapen, telkens met hetzelfde patroon: "Te luid / Te zacht / Te warm / Te koud / Precies goed!"

Checklist: Is Mijn Prentenboek Klaar?

Woordenaantal: 200-600 woorden?
Voorlezen: Klinkt het lekker hardop?
Visueel: Geeft de tekst ruimte voor interessante illustraties?
Geen herhaling: Zeggen tekst en beeld niet hetzelfde?
Duidelijk plot: Begin-midden-eind helder?
Spreads: Past het verhaal in 13 dubbele pagina's?
Pagina-omslag: Gebruikt slim voor spanning/verrassing?
Getest: Heb je het voorgelezen aan kinderen (2-5 jaar)?
Emotie: Raakt het een herkenbaar gevoel?
Bevredigend einde: Voelt de oplossing logisch en warm?

Onthoud: Een prentenboek schrijven is als poëzie – elk woord moet verdient zijn. Het is een dans tussen wat je zegt en wat je laat zien. De beste prentenboeken zijn simpel maar niet simplistisch, kort maar niet oppervlakkig. Ze raken kinderen omdat ze emoties herkennen en oplossingen bieden, allemaal in minder woorden dan deze alinea.